Nabestaandenpensioen
Het nabestaandenpensioen is een inkomensverzekering voor uw partner en kinderen (het wezenpensioen) in het geval u komt te overlijden. In uw jaarlijkse pensioenoverzicht kunt u het nabestaandenpensioen voor uw partner en het wezenpensioen voor uw kinderen dat u heeft opgebouwd terugvinden.
Partnerpensioen
Het nabestaandenpensioen voor uw partner (het zogenaamde partnerpensioen) bedraagt voor medewerkers geboren voor 1950 80% van het jaarlijkse ouderdomspensioen dat u op pensioendatum zou hebben opgebouwd. Het partnerpensioen gaat in op de eerste dag van de maand volgend op die waarin de (gewezen) deelnemer of gepensioneerde overlijdt en wordt uitbetaald tot en met de laatste dag van de maand waarin de nabestaande overlijdt.
Wie wordt gezien als 'partner'?
• Uw echtgenoot/echtgenote
• Uw geregistreerde partner (geregistreerd partnerschap, akte opgesteld door de notaris)
• De partner waarmee u samenwoont. Het samenwonen moet dan wel zijn vastgelegd volgens Nederlands recht in een bij de notaris opgestelde samenlevingsovereenkomst. U mag geen directe familie van deze persoon zijn. Samenwonenden zonder notariële akte hebben geen recht op nabestaandenpensioen. Uw partner met wie u na uw pensionering trouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of samenwoont, heeft geen recht op nabestaandenpensioen.
Wezenpensioen
Het wezenpensioen voor uw kinderen wordt na overlijden uitgekeerd aan kinderen van de verzekerde. Het wezenpensioen stopt in principe op 21-jarige leeftijd (of bij eerder overlijden van het kind). De uitkering kan langer doorlopen bij kinderen die studeren (uiterlijk tot het 27ste jaar) of arbeidsongeschikt zijn. Het wezenpensioen bedraagt 20% van het jaarlijkse partnerpensioen. Zijn beide ouders (verzorgers) overleden, dan wordt een dubbel wezenpensioen uitgekeerd.
De regeling geldt voor maximaal 5 kinderen. Bij meer kinderen wordt de uitkering met een evenredig deel verlaagd. Het totale wezenpensioen voor 5 kinderen wordt dan verdeeld over het aantal pensioengerechtigde kinderen.
Ook pleeg-, stief- en adoptiekinderen die door u wettelijk zijn erkend en door u worden onderhouden en opgevoed komen in aanmerking voor wezenpensioen.