Veelgestelde vragen

Antwoorden op veelgestelde vragen.

Hebt u een vraag over uw pensioen of zaken rondom uw pensioen? Bekijk onderstaande veelgestelde vragen om te ontdekken of uw vraag al door ons beantwoord is. Staat uw vraag hier niet tussen? Neem dan contact met ons op.

Bekijk alle vragen

Mijnpensioenoverzicht.nl

  • Wat toont Mijnpensioenoverzicht.nl niet?

    Op de website Mijnpensioenoverzicht.nl vindt u géén informatie over:

    • extra pensioen dat u misschien zelf hebt bijgespaard
    • de inhoud van uw huidige pensioenregeling: daarvoor kunt u terecht op deze website
    • pensioen in het algemeen en het Nederlandse pensioenstelsel
    • hoeveel pensioen u eventueel van uw ex-partner ontvangt

    en meestal ook géén informatie over:

    • pensioen dat al uitgekeerd wordt
  • Hoe logt u in op Mijnpensioenoverzicht.nl?

    Op Mijnpensioenoverzicht.nl logt u in met uw DigiD. Dat is uw persoonlijke inlogcode voor websites van de overheid, zoals de Belastingdienst. Door in te loggen met uw DigiD is uw privacy gegarandeerd. Alleen u kunt uw persoonlijke informatie zien. Als u uitlogt, wordt de informatie nergens bewaard. Hebt u nog geen DigiD? Of bent u uw wachtwoord vergeten? Kijk dan op de website van DigiD.

    Woont u in een ander Europees land, dan kunt u inloggen met een Europees erkend inlogmiddel via eIDAS.

  • U bent met pensioen. Kunt u inloggen?

    Als u een DigiD of ander Europees erkend inlogmiddel hebt, kunt u inloggen. Ongeacht of u al met pensioen bent of niet. Maar u vindt op Mijnpensioenoverzicht.nl meestal alleen informatie over pensioen dat nog niet uitgekeerd wordt. Toch kan het ook voor u verstandig zijn om in te loggen. Het kan zijn dat u ziet hoeveel partnerpensioen er is voor uw partner als u komt te overlijden. Dit verschilt per pensioenfonds. Niet alle pensioenfondsen en pensioenverzekeraars hebben deze informatie bij Mijnpensioenoverzicht.nl aangeleverd.

  • Welke organisatie maakt de website?

    De stichting Pensioenregister, een samenwerkingsverband tussen de Sociale Verzekeringsbank en alle pensioenuitvoerders (pensioenfondsen en pensioenverzekeraars) in Nederland.

  • Hoe actueel is de informatie die u vindt?

    U vindt hier de laatste stand van zaken die uw pensioenfonds of uw pensioenverzekeraar en de Sociale Verzekeringsbank aan Mijnpensioenoverzicht.nl hebben doorgegeven.
    De gegevens worden minimaal 3 keer per jaar ververst. Dat betekent dat veranderingen in uw werk of privé vaak 3 keer per jaar aangepast worden op Mijnpensioenoverzicht.nl.

    De ene organisatie voert nieuwe informatie in op een ander moment dan de andere organisatie. Daarom verschilt de ’peildatum’ van de gegevens per organisatie. Dat wordt aangegeven met de ’stand per’.

    Let op: de cijfers op uw Uniform Pensioenoverzicht worden 1 keer per jaar verstrekt. Daardoor kan het zijn dat u actuelere informatie vindt op Mijnpensioenoverzicht.nl dan op het pensioenoverzicht van ons fonds.

Bekijk alle vragen

Uniform Pensioenoverzicht

  • Wat is een Uniform pensioenoverzicht?

    Op het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) staat wat u aan pensioen hebt opgebouwd bij ons. Voor uzelf en voor uw eventuele nabestaanden. Alle pensioenfondsen en verzekeraars gebruiken hetzelfde model voor het pensioenoverzicht. Hebt u een partner, dan kunt u gemakkelijk uw pensioenoverzicht met dat van uw partner vergelijken. En u kunt de bedragen op de pensioenoverzichten gemakkelijk bij elkaar optellen.

  • Wanneer krijgt u een pensioenoverzicht?
    • Werknemers die nu pensioen opbouwen bij ons ontvangen dit overzicht elk jaar. Hun pensioenoverzicht staat ook op Mijn Pensioencijfers.
    • Ook gepensioneerden ontvangen dit overzicht elk jaar.
    • Oud-werknemers en ex-partners die hun pensioen bij ons hebben laten staan toen ze uit dienst gingen, ontvangen dit overzicht minimaal elke 5 jaar. Online is er ook voor hen elk jaar een nieuw pensioenoverzicht beschikbaar. Dit kunnen zij downloaden vanaf de beveiligde omgeving Mijn Pensioencijfers van deze website.
  • Zijn uw gegevens gewijzigd?

    U ontvangt één keer per jaar een nieuw pensioenoverzicht. Eventuele wijzigingen worden meegenomen in het pensioenoverzicht dat u volgend jaar ontvangt.

  • Waarom staat er geen partner op uw pensioenoverzicht?

    Als u overlijdt, kijken wij in de gemeentelijke basisadministratie of u getrouwd was of een geregistreerd partnerschap had. Wanneer u samenwoont, krijgen we deze informatie niet van de gemeentelijke basisadministratie. U kunt in dat geval uw partner aanmelden bij ons. Dan zorgt u ervoor dat uw partner in aanmerking komt voor pensioen van ons, mocht u overlijden. Wilt u uw partner aanmelden? Vul dan het formulier Aanmelden partner in Mijn Pensioencijfers in.

  • Moet u het pensioenoverzicht bewaren?

    Dat moet niet; u bent het niet verplicht. We raden u wel aan het pensioenoverzicht te bewaren. U bewaart dan alle gegevens die voor de opbouw van uw pensioen belangrijk zijn. Mocht u ooit vermoeden dat er iets niet klopt aan uw pensioen, dan kunt u dat nagaan aan de hand van de pensioenoverzichten. Bent u uw pensioenoverzicht kwijt? Ga naar Mijn Pensioencijfers. Daar kunt u uw pensioenoverzicht downloaden.

De belangrijkste wijzigingen van uw pensioen bij ons fonds

  • Kiezen uit een gezamenlijke of een eigen pensioenpot

    Er komen straks twee regelingen. Dat zijn allebei zogenaamde ‘premieregelingen’. Daarin staan geen afspraken over de hoogte van uw pensioen, maar over het geld dat uw werkgever en u betalen (of betaald hebben) voor uw pensioen.

    Welke regeling wij krijgen, is nu nog niet bekend. De vakbonden en werkgevers kiezen een van de twee varianten voor 1 januari 2025.

    1. Gezamenlijke pensioenpot
    Ofwel het ‘nieuwe contract’. We beleggen het pensioengeld samen in één gezamenlijke pensioenpot. Daaruit betalen we de pensioenen. We reserveren ook geld in een buffer. Daarmee vangen we financiële tegenvallers op, bijvoorbeeld als het slechter gaat met de beleggingen. De vakbonden en werkgevers bepalen hoe we mee- en tegenvallers verdelen onder iedereen die bij ons fonds een pensioen heeft staan. Elk jaar berekenen we wat uw deel van de gezamenlijke pensioenpot is. Zo maken we een inschatting van uw pensioen straks. Die inschatting zal ieder jaar anders zijn.

    Hoe ziet de buffer eruit?
    Het fondsbestuur, vakbonden en werkgevers beslissen:
    - hoeveel we inleggen (maximaal 10% van de premie plus 10% van de winst met beleggen dat overblijft als de andere verplichten zijn verrekend);
    - wanneer we uitkeren uit de buffer
    - aan wie we uitkeren uit de buffer.

     

     

    2. Uw eigen pensioenpot
    Ofwel de ‘aangepaste verbeterde premieregeling’. Ook in deze variant beleggen wij de het pensioengeld. Maar u bouwt uw pensioenkapitaal op in uw eigen pensioenpot. We nemen meer risico met beleggen als u jong bent en nog ver van uw pensioen afstaat. Zo neemt de kans op een hoger pensioen toe. Als u ouder wordt en dichter bij uw pensioen komt, nemen we minder risico met beleggen. Daardoor verandert er niet veel meer aan uw pensioen vlak voordat u met pensioen gaat. In deze variant is er standaard geen buffer. Het kan wel zijn dat er eentje komt, maar dat moet niet.

    Welke regeling het ook wordt, we hebben straks niet meer te maken met de rekenrente. Ook vervalt de dekkingsgraad als graadmeter voor hoe ons fonds er financieel voor staat.

  • Jongeren bouwen meer pensioen op

    In het nieuwe stelsel betaalt iedere werknemer dezelfde premie, ongeacht de leeftijd. Jongere werknemers gaan meer pensioen opbouwen voor de premie die ze betalen en oudere werknemers minder. De euro’s van jongere werknemers kunnen immers nog langer in waarde stijgen, want het duurt nog lang voordat hun pensioen ingaat.

    • Jongeren krijgen de kans om voldoende pensioen op te bouwen.
    • Ouderen gaan hier niets van merken, want zij hebben al voldoende opgebouwd.
    • Voor de veertigers en vijftigers is dit minder gunstig. Want zij hebben als jongere minder opgebouwd en gaan in de toekomst niet méér opbouwen. Het pensioenfonds moet hiermee rekening houden. Hoe dat gebeurt, wordt nog uitgewerkt.

    Deze manier van pensioen opbouwen past beter bij deze tijd: mensen werken nog zelden hun hele loopbaan bij één werkgever. Ze bouwen dus ook zelden bij één pensioenfonds pensioen op. Nu is het nog zo dat de diensttijd belangrijk is voor de hoogte van het pensioen. Hoe langer iemand bij een fonds opbouwt, des te meer recht op pensioen bouwt hij op. Straks bepaalt de ingelegde premie en de waarde van de beleggingen hoeveel pensioenkapitaal iemand heeft. En dus hoe hoog het pensioen wordt.

  • Nabestaandenpensioen voor alle fondsen hetzelfde

    Ook voor het nabestaandenpensioen (partnerpensioen en wezenpensioen) zijn afspraken gemaakt. Nu zijn er nog grote verschillen tussen pensioenfondsen. Bij het ene pensioenfonds hebben nabestaanden van oud-werknemers wel nog recht op een uitkering bij overlijden, bij het andere pensioenfonds niet. Dat is verwarrend. Dit is nu voorgesteld voor alle fondsen:

    • Overlijdt u na uw pensioendatum? Dan krijgt uw partner in principe een pensioen dat 70% is van het pensioen dat u van ons ontving. Hierin wijzigt niets.
    • Overlijdt u voor uw pensioendatum? Dan krijgt uw partner alleen een uitkering van het fonds waar u op dat moment pensioen opbouwt. De hoogte hangt af van uw salaris. Als u een tijd geen werk hebt, houdt uw partner ook recht op deze uitkering. Nu hangt de hoogte van de uitkering af van hoeveel pensioen u had kunnen opbouwen tot uw pensioen. (Of, als u niet werkt, hoeveel pensioen u had opgebouwd.) Verder kunt u ervoor kiezen om een stukje van uw pensioen te gebruiken om een partnerpensioen voor uw partner te regelen voor als u langere tijd niet werkt of een eigen bedrijf begint.
    • Ook het wezenpensioen voor kinderen verandert: alle kinderen krijgen het uitgekeerd tot hun 25ste. Nu is dat vaak tot hun 18e of 21ste en alleen langer (tot maximaal 30 jaar) onder voorwaarden, bijvoorbeeld als ze studeren. Ook gaat de uitkering voor kinderen van overleden deelnemers omhoog.
  • Hoe stappen we over?

    Om over te gaan van het huidige stelsel naar het nieuwe stelsel moeten vakbonden en werkgevers ) een plan maken. Daarin staat bijvoorbeeld:

    • of ze kiezen voor een regeling met een gezamenlijke of individuele pensioenpot;
    • hoe ze de opgebouwde pensioenen van dat moment willen omzetten in het nieuwe pensioen;
    • hoe ze groepen compenseren die anders minder pensioen zouden krijgen (veertigers en vijftigers)

    Het Verantwoordingsorgaan krijgt meer zeggenschap.

    Komen vakbonden en werkgevers er samen niet uit?
    Dan is er een stok achter de deur. Er komt een onafhankelijke commissie met vertegenwoordigers van werkgevers en (oud-)werknemers. Die gaat bemiddelen. En als er voor 1 januari 2025 nog geen besluit is, kan die commissie ook een bindend advies geven.

  • Waarom verandert ons pensioenstelsel?

    Ook al is ons pensioen in Nederland goed geregeld, er moesten een aantal problemen worden opgelost.

    • Pensioenen kunnen nu bijna niet meestijgen met de prijzen, ook niet als het economisch goed gaat.
    • Jongeren betalen nu te veel voor het pensioen dat ze later krijgen; ouderen betalen te weinig. Dat is geen probleem als zij hun hele leven bij een of meer fondsen pensioen opbouwen. Maar het is wel een probleem als ze op latere leeftijd voor zichzelf beginnen en weggaan bij het pensioenfonds.

    Bekijk deze film op de website van de Rijksoverheid.

  • Moet u nu actie ondernemen?

    Nee, want tot 2023 verandert uw pensioenregeling niet.

    Wel is het straks nóg belangrijker dat u regelmatig uw pensioen checkt, want de hoogte van uw pensioen wordt minder zeker.

    Krijgt u al pensioen? Dan verandert er voor u tot 2023 niets.

  • Regeling voor zware beroepen

    Het kabinet gaat – samen met vakbonden en werkgeversorganisaties – kijken naar het pensioen voor mensen met een 'zwaar beroep'. We weten nog niet wat dit voor onze pensioenregeling betekent.

  • 10% in één keer

    Op uw pensioendatum kunt u er straks voor kiezen om in één keer een bedrag uit uw pensioen op te nemen. Het gaat om maximaal 10% van de waarde van uw opgebouwde ouderdomspensioen. Het pensioen dat u daarna elke maand krijgt uitbetaald, gaat dan de rest van uw leven omlaag. Hebt u een partner? Dan moet hij of zij instemmen met uw keuze. Belangrijk is dat uw pensioen dus niet teveel omlaag gaat, zodat u (of uw partner na uw overlijden) nog kunt rondkomen. Eenmaal opgenomen pensioengeld kunt u niet meer terugstorten.

    Overweegt u deze keuze? Dan is het goed om te weten dat het om een bruto bedrag gaat. Dat betekent dat u hierover nog belasting moet betalen. Omdat het gunstiger kan zijn om de uitkering later te ontvangen, is het – in het huidige plan – ook mogelijk om het bedrag ineens later te ontvangen: in februari van het jaar nadat uw AOW is ingegaan.

    Verder heeft de uitkering van het bedrag ineens invloed op de hoogte van eventuele toeslagen die u ontvangt. Die worden misschien lager.

    De Eerste Kamer is in januari 2021 akkoord gegaan met het wetsvoorstel. De ingangsdatum is daarbij een jaar opgeschoven. Als alles volgens planning verloopt, krijgen nieuwe gepensioneerden vanaf 1 januari 2023 deze nieuwe keuze aangeboden.
    Er is wel een aantal voorwaarden aan verbonden. Zo moet het pensioen hoog genoeg zijn (grensbedrag is ruim € 500 bruto per jaar), moet de partner instemmen als het partnerpensioen omlaag gaat en kan deze keuze niet gecombineerd worden met de keuze om eerst een aantal jaren meer pensioen te ontvangen en daarna minder.

  • Uw persoonlijke pensioenspaarpot blijft bestaan

    U bouwt nu pensioen op in een beschikbare premieregeling. Met deze premieregeling hebt u een eigen pensioenpot. U kunt als u met pensioen gaat kiezen voor een variabele of een stabiele pensioenuitkering. Of dit zo blijft, hangt af van de keuze die vakbonden en werkgever(s) maken voor een gezamenlijke pensioenpot of een eigen pensioenpot.

  • Wat verandert er in de tussentijd?

    Minister Koolmees wil graag tijdelijk andere regels voor wanneer wij de pensioenen mogen verhogen of moeten verlagen. Deze regels zouden gelden vanaf het moment dat de nieuwe wet er is (in 2023) tot het moment dat onze pensioenregeling is aangepast (uiterlijk 2027).

    In de overgangsperiode
    Tussen 2023 en uiterlijk 2027:

    - hoeven we de pensioenen minder snel te verlagen dan volgens de huidige regels, en
    - mogen we de pensioenen sneller verhogen dan volgens de huidige regels.

    Andere regels verhoging pensioen
    Een pensioen verhogen mag nu als onze beleidsdekkingsgraad hoger is dan 110%. Volgens de overgangsregels wordt dat 105%. Dat is positief. Deze grens kunnen wij eerder halen. Minister Koolmees kijkt of die grens van 105% ook al in 2022 kan gelden. Hier staat meer informatie over de verschillende dekkingsgraden en onze financiële positie.

    Andere regels verlaging pensioen
    Een pensioen verlagen moet nu als onze dekkingsgraad lager is dan zo’n 104%. Volgens de overgangsregels wordt dat 90%. Als we onze pensioenregeling veranderen (uiterlijk in 2027) moet de dekkingsgraad minimaal 95% zijn. Duikt hij voor die tijd onder de 90%? Dan moeten we de pensioenen verlagen.